De kersverse Nederlandse autofabrikant Spyker zit in de problemen, zo lijkt het. Gisteren ging het aandeel hard onderuit, na berichten dat de bedrijfsnaam verpand is aan de Friesland bank, in ruil voor een lening van 9 miljoen euro. Spyker lijkt op de rand van de afgrond te balanceren. Of valt het allemaal wel mee?De Volkskrant besteedde donderdag uitvoerig aandacht aan de malaise bij Spyker. De fabriek heeft moeite met het betalen van leveranciers, is onduidelijk over hoeveel auto's er nu precies verkocht zijn en heeft groot verloop onder de werknemers, naar verluidt omdat Spyker vaak niet op tijd de lonen betaald. Allemaal tekenen dat het bedrijf balanceert op het randje van de afgrond.
Of toch niet?
Of valt het allemaal wel mee? Vandaag
suste Spyker de gemoederen door een nieuwe geldschieter bekend te maken en te wijzen op de ontwikkeling van een herfinancieringsplan. En juist hier ligt de kracht van het bedrijf: bij de geldschieters. Alle mensen die er geld in hebben gestoken, hebben diepe zakken. Hele diepe.
Marcel Boekhoorn, vriend van Spyker-oprichter Victor Muller bijvoorbeeld, of de schatrijke Jan Mol, de vader van de
nieuwe bestuursvoorzitter Michiel Mol.
Om nog maar te zwijgen van buitenlandse investeerders als Mubadala Project Management uit Abu Dhabi. Zo rijk dat Spyker niet meer is dan ‘een speeltje’ zoals Analist Anton Reijinga het noemt in
de Volkskrant. Die investeerders zullen Spyker niet zomaar laten omvallen, denkt Reijinga.
Wat denkt u? Is het einde van Spyker al weer op handen, of zullen de geldbuidels van de investeerders het bedrijf er wel doorheen slepen?
Reacties