Morgen vertrekt een handelsmissie naar Iran. In het verleden was Perzië een belangrijke handelspartner van Nederland, maar met de komst van ayatollah Komheini in 1979 veranderde dit. Sinds het einde van de jaren negentig komt de handel weer een beetje op gang. In 2000 ging een eerste handelsmissie richting het land. Toen was er echter nog geen sprake van assen van het kwaad of atoombommen.
Nu is Iran een van de grote vijanden van het westen. Toch vertrekt morgen een nieuwe handelsmissie naar het land. Let wel: zónder de steun van de overheid, want die werd ingetrokken. In
een uitzending van het programma Buitenhof lichtte Gerard Vaandrager, directeur van het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering, toe waarom de handelsmissie toch doorgaat. Dit in een discussie met VVD- kamerlid Hans van Baalen die tegen handelsmissies is naar ‘dit soort staten’.
Vaandrager aan het woord
Vandaag besteedde het radioprogramma
De Ochtenden aandacht aan de handelsmissie. Dertien bedrijven, in totaal twintig ondernemers reizen morgen af naar Iran. Vaandrager licht ook in deze uitzending toe waarom de missie doorgaat. Hij meent dat een klein land als Nederland niet in zijn eentje handelsbelemmeringen moet gaan opwerpen. Dergelijke zaken horen volgens hem thuis in Europees verband. Saillant detail is ook dat de overheid de missie niet subsidiëert, maar wel de handel verzekert. Een wat dubbele houding in de ogen van Vaandrager.
Voor een handelsmissie naar Iran
Hoogleraar interationale economie in Groningen, Stefan Brakman, is voorstander van handeldrijven. In
zijn gesprek met Ronnie Naftaniël, directeur van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël, stelt hij dat handel mensen nader tot elkaar brengt. Na de Tweede Wereldoorlog heeft handel de banden tussen Europese landen zo hecht gemaakt, dat nu van een oorlog geen sprake meer kan zijn. Zijn stelling is dan ook dat de relatie met Iran door handel alleen maar kan verbeteren.
Tegen handelsmissie naar Iran
Zijn gesprekspartner Naftaniël is het hiermee ronduit oneens. Hij deelt de mening van de Nederlandse overheid: met een land als Iran drijft men geen handel. Het land staat op het punt een atoombom te onwikkelen, waarmee het naar eigen zeggen Israël en de westerse samenlevingen wil bedreigen. Mensenrechten worden op grote schaal geschonden, het land financiert allerlei criminele en terroristische organisaties. Bovendien is juist de armoede van het land de voedingsbodem voor verzet tegen de regering aldaar. Wegblijven is de morele plicht van de ondernemer stelt hij.
Wat vindt u? Wegblijven of gewoon handeldrijven?
Reacties