Bedrijfsoverdrachten lopen vaak stuk omdat de koper, bij gebrek aan voldoende eigen vermogen, de financiering niet rond krijgt. Een verkopende dga die mee financiert kan uitkomst bieden. Niet ideaal, maar het helpt u beiden wel uit de brand. Vijf mogelijkheden op een rij.
1. Achtergestelde lening
De achtergestelde lening is nog altijd de meest voorkomende financiering door de dga, al daalt deze vorm de laatste jaren wel in populariteit. In geval van een achtergestelde lening verstrekt de verkopende dga een lening aan de koper. Deze ontvangt hij dan op een later moment terug. Achtergesteld houdt in dat in geval van insolventie eerst de andere schuldeisers worden voldaan. Hierdoor kent deze vorm van lenen een hoger risico. Een achtergestelde lening wordt tot het garantievermogen van het bedrijf gerekend. Verkopende dga’s zijn echter steeds minder bereid om een deel van de overnamesom in het bedrijf te laten zitten. Ze zijn professioneler geworden, er is minder emotie bij het bedrijf dan tien, twintig jaar geleden. Met name de overnameprijs en de bijbehorende voorwaarden zijn belangrijker geworden. Het liefst willen dga’s na verkoop dan ook geen enkele binding meer met het bedrijf hebben. Banken spelen op deze ontwikkeling in. Eisten banken een aantal jaren geleden nog dat de verkopende dga zijn geld voor een deel in het bedrijf liet zitten, tegenwoordig ontwikkelen banken zelf producten ter vervanging van de achtergestelde lening. Een voorbeeld hiervan is de mezzaninefinanciering. Mezzanine is vreemd vermogen, maar met een achtergesteld karakter en kan dus bij het garantievermogen worden geteld. De bank vraagt voor deze risicovollere financiering, er staan immers geen zekerheden tegenover, overigens wel een fors hogere rentevergoeding. Denk hierbij aan 1% tot 3% hoger dan bij een reguliere overnamelening.
2. Verpanding beleggingsportefeuille
In plaats van een achtergestelde lening kan de dga zijn aandelenportefeuille als onderpand aanbieden. De verkoper ontvangt in dit geval de totale overnamesom, maar in ruil daarvoor moet hij wel een deel daarvan aan de bank verpanden. Stel dat het transactiebedrag 8 miljoen euro bedraagt. De koper kan vijf miljoen euro via de bank financieren, maar heeft te weinig zekerheden voor de resterende drie miljoen euro. De bank financiert dit bedrag alleen onder voorwaarde dat de verkoper dit bedrag als onderpand inbrengt. Dit kan bijvoorbeel door het bedrag in een beleggingsportefeuille te storten en dit aan de bank te verpanden. De dga kan dan wel gewoon beleggen. Het risico dat de dga loopt is dat hij bij uitwinning van de financiering zijn onderpand kwijt is. Van de andere kant: verpandt hij dit niet, dan gaat óf de koop niet door, óf tegen een fors lagere prijs. In principe is deze vorm van financiering vergelijkbaar met de achtergestelde lening die door de dga wordt verstrekt. Alleen kan de dga op deze manier emotioneel gezien meer afstand nemen van het bedrijf, de bank regelt immers alles.