Innoveren over de grens


Volgende pagina
Innoveren? Dat doe je dus niet knus in Holland, maar samen met een buitenlandse innovatiepartner. Voordelen zijn extra subsidiegelden en direct toegang tot nieuwe, buitenlandse markten. Drie ondernemers vertellen over hun internationale innovatieprojecten.

Douwe de Boer, directeur Genetwister Technologies

Dienst: genenonderzoek en genmodificatie van sierteelt- en voedselgewassen
Innovatie: test voor het ideale oogstmoment van fruit
Innovatiepartner: fruitexporteur Capespan (Zuid-Afrika)

Voor biotechnologisch bedrijf Genetwister Technologies, specialist op het gebied van genenonderzoek en genmodificatie van land- en tuinbouwgewassen, is het van levensbelang om samen te werken met andere partijen in de markt. “Wij zijn goed in het identificeren en onderzoeken van genen in groente en fruit, om bijvoorbeeld een fase in het rijpingsproces of vatbaarheid tegen ziektes te bepalen. Maar we kunnen het onderzoek alleen goed doen als marktpartijen helpen praktijksituaties te simuleren”, vertelt directeur Douwe de Boer.

Dus toen Genetwister vijf jaar geleden een test wilde ontwikkelen om aan de hand van bepaalde genen de rijpheid van fruit en daarmee het ideale oogstmoment te bepalen, ging De Boer op zoek naar een geschikte onderzoekspartner. Na uitgebreid marktonderzoek viel de keuze op de Zuid-Afrikaanse fruitexporteur Capespan. Een Nederlandse partij lag volgens De Boer minder voor de hand vanwege het feit dat het in Nederland bijna onmogelijk is om als nieuwe partij tussen de reeds bestaande contacten tussen de fruitsector en onderzoekinstelling te komen. Daarbij gaf de samenwerking met Capespan, met al zijn contacten, gelijk een ingangetje tot de Zuid-Afrikaanse en mogelijk mondiale markt.

Toen De Boer Capespan benaderde klikte het volgens hem eigenlijk meteen. “De test sloot aan bij een behoefte bij Capespan om de kwaliteit van hun export te verbeteren.” Over de samenwerking werden vervolgens heldere afspraken gemaakt. Besloten werd dat de kosten door beide partijen gedragen zou worden. “Op die manier hebben beide partijen belang bij het slagen vande samenwerking”, aldus de Boer. De rest van de kosten werd opgevangen door een subsidie opkomende markten (zie kader).

Verder werd Capespan een licentie van de te ontwikkelen test toegezegd. De gezamenlijke ontwikkeling van de test nam in totaal 4 jaar in beslag. De Boer: “Capespan deed in die tijd het veldonderzoek, zoals bewaar en transportsimulaties en evaluaties van het fruit na afloop.” Tussendoor werd regelmatig vergaderd op locatie en was er veel e-mail contact. Desondanks verliep de samenwerking niet altijd even soepel. “Het eerste jaar is het verzamelde materiaal verkeerd behandeld door Capespan, dus hadden we niks aan de gegevens. Maar dit hebben we opgelost door een vestiging te openen in Zuid-Afrika waar we mensen van de Zuid-Afrikaanse universiteit Stellenbosch hebben neergezet. Dit met het oog op begeleiding en op toekomstige marktbewerking.”

Het eindresultaat van de samenwerking is een test die de ideale oogsttijd, bewaartijd en kwaliteit van het fruit voorspelt. Volgens De Boer ideaal voor fruitveilingen, telers, exporteurs en detailhandelaren. Via licentieverkoop wil hij de test wereldwijd in de markt gaan zetten. “Maar we beginnen klein, we starten in 2008 eerst in de Zuid-Afrikaanse markt.” Hiervoor is De Boer een joint venture gestart met Capespan, die zijn contacten in de markt inzet.

Maar het mooie is volgens De Boer dat hij nu dankzij zijn succesvolle Zuid-Afrikaanse samenwerking uiteindelijk ook toegang heeft gekregen tot de Nederlandse fruitsector. Zo is hij momenteel ook testen aan het opzetten voor de Fruitveiling. Daarnaast voert hij alvast voorzichtig gesprekken met partijen in Azië en Zuid-Amerika. Zijn doel: “Dat de test verplicht wordt in de sector, maar dat duurt nog heel lang.” 


Frank Bakker, directeur Contronics

Product: elektronica voor koel en ventilatietechnieken
Innovatie: luchtbevochtiger voor knapperige groente en fruit in de koeling

Innovatiepartners: Pendred, leverancier en installateur van waterzuiveringssystemen (Engeland)

Bij Contronics, fabrikant van elektronica voor koel- en ventilatietechnieken, werden sinds 1985 speciale luchtbevochtigers geproduceerd die door middel van koude nevel groente en fruit in supermarktkoelingen knapperig hielden. Eind jaren tachtig stagneerde de verkoop van deze apparaten, want de systemen bleken gevoelig te zijn voor slijmvorming en bacteriën.

Toen Frank Bakker Contronics in 1998 samen met een partner overnam, besloot hij de luchtbevochtiger van weleer nieuw leven in te blazen. Immers, er was vraag in de markt naar, met name in Duitsland. Bakker somt een indrukwekkend lijstje verbeteringen op die aan het nieuwe product zijn doorgevoerd. Al deze verbeteringen kon Contronics niet zelfstandig ontwikkelen. Hiervoor zocht Bakker de samenwerking met het Britse bedrijf Pendred, producent van waterzuiveringssystemen, die onder meer het vooronderzoek en testen van de prototypes op zich nam. De keuze voor deze partij kwam volgens Bakker enerzijds voort uit een toevallige ontmoeting, jaren terug.

“Via een leverancier werd ik toen voorgesteld aan de directeur van Pendred en dat klikte.” Anderzijds lag er een rationele strategie aan ten grondslag. Pendred had namelijk eerder onderzoek gedaan op het vlak van ozontoepassingen. Daarbij was een Nederlandse partner volgens Bakker eigenlijk geen optie. “Ik was op zoek naar ontwikkelingsgelden. En als je je product internationaal ontwikkelt, worden de subsidiestromen nu eenmaal groter.”

Afgesproken werd dat beide bedrijven hun eigen deel van de ontwikkeling zelf zouden bekostigen en voor eigen subsidies zouden zorgen. Verder kreeg Pendred de toezegging dat zij de exclusieve leverancier van de bevochtiger in Engeland zouden worden. Er werd echter niks contractueel vastgelegd. Bakker haalt zijn schouders op: “We zijn vertrokken op basis van vertrouwen, dat is de manier waarop ik zaken doe.” Wel was er tijdens de ontwikkelingsperiode van anderhalf jaar veel overleg. Zo zat Bakker eens per maand in Engeland. De samenwerking verliep dan ook soepel en informeel. “Alleen was in Engeland het subsidiepotje tijdelijk leeg, dat is later wel weer teruggedraaid, maar ik heb ze twee jaar moeten trakteren”, lacht Bakker.

Dit was het waard, want in 2000 kwam de vernieuwde luchtbevochtiger op de markt en is sindsdien het best verkochte product van Contronics. Vooral in Duitsland wordt het systeem op grote schaal weggezet in supermarkten en koelhuizen. Verder verkoopt Bakker het product in diverse andere Europese landen, Turkije, Egypte, Zuid Afrika en binnenkort in China. In Nederland wil de verkoop nog niet zo vlotten omdat hier verpakte groenten in de koeling liggen. Bakker: “We halen nu zo’n 95 procent van omzet uit het buitenland. Maar dat gaat op den duur wel veranderen”, meent hij, “ons systeem werkt namelijk omzetverhogend. Verse groenten trekken mensen immers vaker naar de supermarkt. Daarnaast hoef je het voedsel dankzij de luchtbevochtiger minder snel weg te gooien, en dat is momenteel een issue in Nederland.” 


Philip van Dessel, directeur CDS Engineering

Product: systemen voor het scheiden van olie, gas, water en zand bij on- en offshore oliewinning
Innovatie: Subsea Separator, systeem voor het onderwater scheiden van olie, gas, water en zand bij offshore oliewinning
Innovatiepartner: oliemaatschappij Statoil (Noorwegen), FMC Technologies (Amerika)

Bij CDS Engineering worden systemen gemaakt voor het scheiden van olie, gas, water en zand voor on- en offshore oliewinningsprojecten. Doordat deze systemen op basis van centrifugale krachten werken, zijn ze sneller en efficiënter dan traditionele gas/olie scheidingtechnieken. Desondanks krijg je niet zomaar toegang tot de conservatieve markt voor oliewinning, vertelt directeur Philip van Dessel. “Het Noorse olie- en gasbedrijf Statoil, met olievelden in de Noordzee, zei als eerste tegen ons: we gaan jullie een kans geven.” Statoil had hier ook een goede reden toe. Van Dessel: “Veel van hun olievelden zijn verouderd dus moeten ze wel op zoek gaan naar nieuwe manieren om meer van de oorspronkelijke oliereserves naar boven te halen dan de gebruikelijke 50 procent.”

Hiervoor startten CDS Engineering en Statoil eind jaren negentig een intensieve samenwerking, die formeel is vastgelegd in een joint technology programme. Dit komt er volgens Van Dessel op neer dat Statoil problemen indient waarvoor CDS oplossingen creëert. Van een aantal oplossingen krijgt Statoil de patenten terwijl CDS de commerciële rechten behoudt.

Zo is in samenwerking met Statoil ook de Subsea Separator, ’s werelds eerste systeem voor het onderwater scheiden van olie, gas, water en zand, ontwikkeld. Omdat CDS alleen systemen makt die bovengronds of bovendeks gebruikt worden, werd ook de Amerikaanse multinational FMC Technologies, specialist in onderwater technologie, bij het samenwerkingverbond betrokken. Een uitstekende combinatie, aldus Van Dessel: “Zij wisten niks van scheidingtechnieken en wij wel. Maar wij hadden geen kennis van apparatuur die je naar 200 meter diepte laat afzinken.” De ontwikkelkosten werden gedeeld door de drie partijen en gedeeltelijk opgevangen door de internationale Innovatiesubsidie van SenterNovem (zie kader). Het resultaat is een apparaat van tientallen meters doorsnee, dat afgelopen augustus is afgezonken naar het Tordis olieveld. In november zal blijken of het systeem inderdaad succesvol is.

Een uitkomst van de samenwerking is in elk geval, dat dat FMC nu meerderheidsaandeelhouder van CDS is. En de samenwerking met Statoil? Die wordt zeker voortgezet, als het aan Van Dessel ligt. “Als zij destijds het risico niet met ons hadden genomen, hadden wij hier nu niet zo gezeten.” 


Tips voor internationaal innoveren

Douwe de Boer: “Je moet vooraf goed weten wat je wil realiseren en verwacht van je partner. Houd in de gaten dat zowel zijn als jouw belangen gediend worden.”


Volgende pagina
Lead generationMKBNieuws & OpinieZakelijk zoekenBedrijfsvoeringBedrijvenZakelijke productenVacaturesZakenautoBeleggen