De wederopstanding van tuinmeubelfabrikant Hartman is uitgeroepen tot beste turnaround van 2006/2007. De man achter de succesvolle transformatie is Geert Steinmeijer. Zes maatregelen waarmee hij weer leven bracht in een failliet bedrijf.
De plastic tuinstoelen van Hartman zijn een begrip. Begin jaren negentig had vrijwel elk huishouden in Nederland een complete set van Hartman in de tuin staan. Na de eeuwwisseling gaat het echter bergafwaarts met het familiebedrijf. Halverwege 2005 gaat Hartman failliet. Nog geen maand later wordt de failliete boedel voor 23 miljoen euro overgenomen door Geert Steinmeijer en zijn vaste zakenpartner Willem Cordia. Samen hebben zij 50 procent van de aandelen in handen, de overige 50 procent is in handen van de Amsterdamse investeringsmaatschappij Value Enhancement Partners.
Maatregel 1: snijden
Steinmeijer weet Hartman in twee jaar tijd te transformeren van een productiebedrijf naar een importbedrijf. Hij is hierbij niet over een nacht ijs gegaan. “Ik heb niet direct drastische maatregelen doorgevoerd. Ik ben eerst gaan onderzoeken waarom Hartman failliet is gegaan. Je kunt wel heel snel allerhande maatregelen doorvoeren, maar als je de oorzaak niet aanpakt, is de kans groot dat je over een aantal jaren weer failliet gaat.” Er waren een aantal factoren die uiteindelijk leidden tot het faillissement van de tuinmeubelproducent. De grootste oorzaak voor het faillissement destijds waren volgens Steinmeijer de vaste kosten. “Hartman is een seizoensmatig bedrijf met een piek van januari tot en met juli. De vaste kosten waren gebaseerd op het hoogseizoen met als gevolg dat we in het laagseizoen veel te veel onbenutte capaciteit hadden. Denk aan de fabriek, opslagruimte en personeel. Het is beter om je vaste kosten te baseren op het laagseizoen. In het hoogseizoen kan je dan als het nodig is uitbreiden. Hierdoor heb je als bedrijf de flexibiliteit om je aan veranderende marktomstandigheden aan te passen.”
Maatregel 2: minder plastic, meer leveranciers
In eerste instantie wilde Steinmeijer de kunststoffabriek aanhouden, maar er kwam een bedrijf langs dat meer kunststofproductie nodig had. “We konden de fabriek toen voor een goede prijs van de hand doen. Ze produceren nu voor ons, maar het aandeel kunststof stoelen wordt steeds kleiner in ons assortiment. Het aandeel kunststof lag op 45% van de omzet, maar is inmiddels gedaald naar 25%. Ik dnk niet dat plastic er helemaal uitgaat, daarvoor is er nog te veel vraag naar. Verder hebben we de productie uitbesteed naar China en Vietnam. Voor het faillissement werkte Hartman in China samen met één producent, maar dat geeft te weinig onderhandelingsruimte. Nu hebben we er acht. In Vietnam werken we met twee leveranciers samen.”