| Volgende pagina |
We hebben de ultieme filekiller gevonden.
Koop een Mini Cooper Diesel Clubman en je wilt de A2 niet meer op. Dan kies je vrijwillig binnenwegen en dan zie je rotondes louter als uitdaging. En dankzij het lage verbruik is het allemaal ook nog eens milieu- en portemonnee vriendelijk. Het schijnt dat Beatle Ringo Star bij Mini aandrong op een stationwagon om zijn drumstel te vervoeren. Waar zijn drumwerk ons minder kon bekoren, kan de Mini Clubman dat des te meer.
Als je in de uitstekende stoelen valt, dan schreeuwt alles om de sportieve stand. Actief rechtop, stuur dicht naar je toe, handjes keurig op ‘kwart voor drie’, spiegels op scherp en raggen maar! Als het goed is, heb je geen tijd om het prima afgewerkte interieur in je op te nemen. De grote kloeke klok in het midden is niet goed af te lezen, maar who cares? Dit is leuk! Dit is autorijden!
De Mini Cooper D Clubman zijn veel mooie woorden voor een stationwagon met een opgeklopte 1.6 liter diesel met liefst 110 pk vermogen. De Clubman maakt een einde aan het chronische ruimtegebrek van de sedan. Achter zitten twee nostalgische, openslaande deurtjes. Door het enkele rechterdeurtje past net de zaterdagkrant, dus je moet ze vrijwel altijd samen openen. En dat is wel eens lastig met een boodschappenkrat of kinderwagen in je armen. Voor het instappen achterin, heeft de Clubman rechts een extra deurtje dat achterwaarts open klapt. Zo kun je makkelijker de kids isofixen, maar de twee-deurs-constructie geeft een onaangenaam blikkerig geluid als je de rechterdeur weer dicht slaat. Wat ook naar klinkt, is de dieselmotor. Die presteert schitterend, maar met een vermoeiende dreun. Een gevolg van matige isolatie en dat is voor een auto van deze prijsklasse niet meer van deze tijd.
En nu opa toch aan het mopperen is: wij kregen onze iPod slechts aan de praat met een verlopen kabeltje uit 1893. Niks geen hip ‘iPod your Mini’, maar ‘contact your dealer’. De Cooper diesel is heerlijk zuinig én stoot bar weinig vies spul uit. En de 6-traps automaat is helaas wel duurder in verbruik, maar schakelt heerlijk. Ja, handschakelen staat natuurlijk ook sportiever, maar je kunt niet 24/7 in de geilstand staan. Als je (optioneel) aan het stuur wilt flipperen, dan moet je best even in de bochten opletten. Je schakelt met je duim terug en dan ben je steeds even de grip op het stuur kwijt En dat heb je nodig omdat de voorwielen in bochten met kuilen of richels best erg aan het stuur trekken. Maar ach, who cares?
| Volgende pagina |