Het einde voor de maatschap, VOF en CV is nabij.
Per 1 januari 2007 komen er drie nieuwe vennootschappen voor in de
plaats.Wat gaat er precies veranderen?
Het onderscheid dat er nu is tussen
een maatschap, vennootschap onder firma (vof) en een commanditaire vennootschap
(CV) komt te vervallen. Daarvoor in de plaats komen drie nieuwe
vennootschapsvormen. Dit zijn de stille vennootschap (SV), de openbare
vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (OV), en de openbare vennootschap met
rechtspersoonlijkheid (OVR).
Rechtspersoonlijkheid?
Een OV kan kiezen voor rechtspersoonlijkheid. In
geval van rechtspersoonlijkheid kan het bedrijf eigenaar worden van de goederen
die aan de vennoten toebehoren. In de huidige wet is het nog zo dat de goederen
alleen op naam van de vennoten/maten kunnen staan. Bij in- en uittreding van
vennoten/maten kunnen hierdoor problemen ontstaan. Door te kiezen voor
rechtspersoonlijkheid blijven alle goederen eigendom van de vennootschap, en
wordt de continuïteit op eenvoudige wijze gewaarborgd.
Wat is de reden voor de
wetswijziging?
De huidige wet dateert uit 1838. Hoog tijd dus om de wet in een moderner
jasje te steken. De nieuwe wet is meer gespitst op de huidige ontwikkelingen, en
moet de personenvennootschappen flexibeler, helderder en praktischer maken. Zo
wordt het in- en uittreden van vennoten vergemakkelijkt. Ook het omzetten van
een OVR in een BV wordt eenvoudiger.
Wat is het verschil tussen een openbare en een stille vennootschap?
Een stille vennootschap treedt niet onder een gemeenschappelijke naam naar
buiten toe. Dit is vergelijkbaar met de huidige stille maatschap. Deze wordt
bijvoorbeeld opgericht als samenwerkingsverband om bepaalde kosten te kunnen
delen. Denk hierbij aan administratie- en receptiekosten. Iedere maat opereert
onder zijn eigen naam, heeft zijn eigen klanten en gebruikt eigen facturen. Een
openbare vennootschap handelt daarentegen onder een gemeenschappelijke naam naar
buiten toe. Verder zit het verschil tussen de twee vennootschappen onder meer in
de vertegenwoordigingsbevoegdheid, de aansprakelijkheid voor schulden en de
mogelijkheid om wel of niet te kiezen voor rechtspersoonlijkheid.
Voor welke rechtsvorm
heeft de nieuwe wet de meeste consequenties?
Voor de openbare maatschap. Onder de nieuwe wetgeving wordt deze automatisch
omgezet in een OV. Hierdoor worden de vennoten van de OV ieder hoofdelijk
aansprakelijk (= voor het geheel) voor de schulden aan derden. In de huidige
(oude) vorm zijn alle maten slechts voor een gelijk deel aansprakelijk. Als de
maten van de openbare maatschap dus vooraf geen actie ondernemen worden ze
geconfronteerd met een verzwaring van de aansprakelijkheid.
Wat heeft dit voor
gevolgen?
Een schuldeiser kan iedere vennoot voor de
gehele schuld aanspreken. In de praktijk betekent dit dat de schuldeiser zich
zal wenden tot de meest vermogende vennoot om zodoende verzekerd te zijn van
algehele schadeloosstelling.
Welke acties kunnen de maten hiertegen uitvoeren?
Er zijn een aantal mogelijkheden. Allereerst kunnen de maten besluiten verder
te gaan als een stille maatschap. Dan blijven alle maten voor een gelijk deel
aansprakelijk. Dit heeft wel als nadeel dat de naamsbekendheid verdwijnt omdat
alle maten onder eigen naam gaan opereren. Een tweede mogelijkheid is de
maatschap op te heffen, en verder te gaan in een BV. Er is dan sprake van
beperkte in plaats van hoofdelijke aansprakelijkheid. Een derde mogelijkheid is
om de openbare maatschap te handhaven zoals deze is. Aan te raden is dan wel om
een goede beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Ten slotte kunnen
de maten ook besluiten om het bedrijf voort te zetten in een OV(R), waarbij
praktijk-BV’s worden gehanteerd als vennoten. De hoofdelijke aansprakelijkheid
geldt dan alleen voor de BV’s en niet voor de dga in privé.
Hoe is de aansprakelijkheid bij de overige rechtsvormen geregeld?
Voor de
vennoten van de vof verandert er niets wezenlijks op het gebied van
aansprakelijkheid naar derden. Zij blijven ook onder de nieuwe wetgeving
hoofdelijk aansprakelijk. Ook de CV ondervindt geen nadelige gevolgen van de
wetswijziging. De commanditaire vennoot blijft aansprakelijk tot de hoogte van
zijn inbreng. De beherende vennoot is hoofdelijk aansprakelijk.
Wanneer moet ik voor rechtspersoonlijkheid
kiezen?
Door de rechtspersoonlijkheid wordt het in- en uittreden van vennoten
vergemakkelijkt. Door de bestaande wetgeving is het opnemen van een
voortzettings- en verblijvingsbeding in het contract noodzakelijk. Hiermee
voorkomt u dat de maatschap of vof wordt ontbonden als een van de maten/vennoten
uit het bedrijf stapt. Indien u kiest voor een OVR zijn dergelijke bedingen niet
meer nodig. De goederen blijven eigendom van het bedrijf, en de vennoot krijgt
bij uittreding een vergoeding voor zijn aandeel in het vermogen van het bedrijf.
Wat moet ik doen om rechtspersoonlijkheid (OVR) te verkrijgen?
Voor het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid is het vereist dat het
vennootschapscontract in een notariële akte wordt opgenomen. Alle goederen die
eigendom van het bedrijf worden moeten worden ingebracht. De akte dient in het
Nederlands, en bij een Nederlandse notaris, te worden opgemaakt.
Is een BV niet aantrekkelijker dan een
OVR?
In principe wel. Bij een BV is
er sprake van beperkte aansprakelijkheid terwijl de vennoten bij een OVR
onbeperkt aansprakelijk zijn. Maar de keuze voor een BV is mede afhankelijk van
andere factoren, zoals de hoogte van de winst. Door de steeds lager wordende
vennootschapsbelasting wordt het echter al snel aantrekkelijk om voor de BV als
rechtsvorm te kiezen.
Wat voor fiscale consequenties heeft de nieuwe regelgeving?
Zoals de nieuwe wettelijke regeling er nu uitziet zijn er geen fiscale
consequenties. De vennootschappen blijven, ondanks de mogelijkheid tot
rechtspersoonlijkheid, fiscaal transparant. Dat wil zeggen dat de vennoten zelf
worden belast (inkomstenbelasting) en niet het bedrijf. Dit in tegenstelling tot
de BV, waar het bedrijf wordt belast (vennootschapsbelasting). Het is goed
mogelijk dat dit in de (verre) toekomst gaat veranderen, maar daar is nu
vooralsnog geen sprake van.
Wanneer gaat de regelgeving in?
De ingangsdatum staat nu op 1 januari 2007. De oorspronkelijke ingangsdatum was
1 januari 2006, maar dat is niet gehaald. De wet is door de Tweede Kamer
goedgekeurd, en ligt nu bij de Eerste Kamer ter goedkeuring.
Met medewerking van Aziza Kaddouri, advocate bij Dijkstra
Voermans Advocatuur & Notariaat in Eindhoven.
Reacties